Het is nu officieel: “chronische ziekte van Lyme” bestaat niet.

In het Belgische Tijdschrift voor Geneeskunde werden op 15 maart 2017 de nieuwe richtlijnen gepubliceerd omtrent de ziekte van Lyme, specifiek gericht op de Belgische situatie. De conclusie van de onafhankelijke experts ter zake is duidelijk : “De term “chronische ziekte van Lyme” mag niet meer worden gebruikt.”

Een speciale werkgroep rond Lyme-borreliose boog zich in de loop van 2016 over de problematiek van de ziekte van Lyme. De richtlijnen die hieruit voortvloeien werden gevalideerd door de Belgische Vereniging voor Infectiologie en Klinische Microbiologie, de Koninklijke Belgische Vereniging van Reumatologie, de Vlaamse Vereniging voor Neurologie en de Belgische Vereniging voor Inwendige Geneeskunde.

In de richtlijnen worden transmissie van de ziekte, tekens, ziekteverloop, diagnose en behandeling uitvoerig beschreven. Uit het rapport citeren we enkele passages die van belang zijn voor mensen met klachten van chronische vermoeidheid en gewrichtspijnen, die geconfronteerd worden met de suggestie dat hun klachten het gevolg zouden zijn van (zogenaamde) “chronische ziekte van Lyme”.

De term “chronische ziekte van Lyme” mag niet meer worden gebruikt, omdat deze terminologie niet beantwoordt aan een duidelijke klinische definitie, niet geassocieerd is met de diagnose van een actieve infectie met Borrelia én omdat verschillende gerapporteerde symptomen, vernoemd bij sommige publicaties, worden toegeschreven aan talrijke andere pathologieën. Deze term wordt vaak gebruikt op basis van serologische resultaten en het ontbreken van een alternatieve diagnose.
… Niet conventionele, alternatieve of andere door sommige voorgestelde behandelingen, zijn niet gebaseerd op wetenschappelijke evidentie en kunnen potentieel gevaarlijk (en duur) zijn
.

Over de diagnose met de Lymphocyte transformation test (LTT), de (erg dure) test die door de aanhangers van “chronische Lyme” wordt gebruikt om de diagnose te stellen:

Deze analyse detecteert de respons van de T-lymfocyten op B. burgdorferi door deze te stimuleren met Borrelia-antigenen. De studies zijn moeilijk te vergelijken vanwege de verschillen in studiegroep, controlegroep, antigenen en methoden. Zoals de serologie toont de LTT geen ziekteactiviteit aan omdat men de immuunrespons meet. De resultaten van de LTT komen in de meerderheid van de gevallen overeen met deze van de serologie. Over het algemeen wordt de LTT als minder sensitief en specifiek beschouwd dan de serologie. De LTT-test zijn niet gestandaardiseerd en gevalideerd voor B. burgdorferi en worden dus niet aangeraden.

Over de behandeling:

Prospectief gecontroleerde en gerandomiseerde studies evalueerden het nut van langdurige of herhaalde behandelingen met antibiotica bij het bovenstaande klinische beeld. Hieruit blijkt dat het bewijs ontbreekt van het voordeel van zulke behandelingen, terwijl de patiënt nodeloos wordt blootgesteld aan mogelijke toxiciteit, bijwerkingen en waarbij ontwikkeling van resistente bacteriën geïnduceerd kan worden.
Recente studies hebben ook aangetoond dat er geen persisterende Borrelia-infectie werd vastgesteld na een gerichte behandeling, in tegenstelling tot sommige suggesties op basis van gevalsbeschrijvingen waarvan de wetenschappelijke kwaliteit duidelijk in twijfel wordt getrokken. In het geval van zulke klinische situaties moeten altijd andere diagnostische alternatieven worden overwogen opdat andere pathologieën niet ten onrechte zouden worden toegeschreven aan de symtomen van de “nasleep” van een infectie met Borrelia.

Zelden was een experten rapport zo duidelijk met een veroordeling van bepaalde praktijken. We kunnen alleen maar hopen dat het verspreiden van deze boodschap helpt om de ogen te openen van mensen die wanhopig op zoek zijn naar hulp voor hun aandoening, en in aanraking komen met genezers die “chronische Lyme” suggereren. Indien zij correct geïnformeerd worden zullen zij niet in de val van deze charlatans lopen.

Tijdschr. voor Geneeskunde, 73, nr.6, 2017, 314-328.